Naam 2 van de 99
الرَّحِيمُ
Ar Raheem
De Meest Barmhartige
In de Koran
ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
De Erbarmer, de Meest Barmhartige.
Ar-Rahmaanir-Raheem
Lees 1:3 in context →Hoe je ermee dua doet
Het slot van soera Al-Baqara smeekt om vergeving en genade — precies waar de bijzondere barmhartigheid van Ar-Rahîm zich toont.
لَا يُكَلِّفُ ٱللَّهُ نَفْسًا إِلَّا وُسْعَهَا ۚ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَعَلَيْهَا مَا ٱكْتَسَبَتْ ۗ رَبَّنَا لَا تُؤَاخِذْنَآ إِن نَّسِينَآ أَوْ أَخْطَأْنَا ۚ رَبَّنَا وَلَا تَحْمِلْ عَلَيْنَآ إِصْرًۭا كَمَا حَمَلْتَهُۥ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِنَا ۚ رَبَّنَا وَلَا تُحَمِّلْنَا مَا لَا طَاقَةَ لَنَا بِهِۦ ۖ وَٱعْفُ عَنَّا وَٱغْفِرْ لَنَا وَٱرْحَمْنَآ ۚ أَنتَ مَوْلَىٰنَا فَٱنصُرْنَا عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْكَٰفِرِينَ
Laa yukalliful-laahu nafsan illaa wus'ahaa; lahaa maa kasabat wa 'alaihaa maktasabat; Rabbanaa la tu'aakhiznaa in naseenaaa aw akhtaanaa; Rabbanaa wa laa tahmil-'alainaaa isran kamaa hamaltahoo 'alal-lazeena min qablinaa; Rabbanaa wa laa tuhammilnaa maa laa taaqata lanaa bih wa'fu 'annaa waghfir lanaa warhamnaa; Anta mawlaanaa fansurnaa 'alal qawmil kaafireen
Allah belast niemand dan volgens zijn vermogen. Voor hem is hetgeen (de beloning) dat hij doet en voor hem is hetgeen (de bestraffing) wat hij doet. (Zeg:) "Onze Heer, bestraf ons niet als wij vergeten of als wij fouten maken. Onze Heer, belast ons niet zoals U degenen vóór ons belast heeft. Onze Heer belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen en scheld ons kwijt en vergeef ons en wees ons genadig. U bent onze Meester en help ons tegen het ongelovige volk."
Betekenis in je leven
Ar-Rahîm is de Naam van de blijvende, toegewijde barmhartigheid — de genade die Allah in het bijzonder voor de gelovigen bewaart, in dit leven en het Hiernamaals. Waar Ar-Rahmân de hele schepping omspant, is Ar-Rahîm de mildheid die zich keer op keer toekeert naar wie zich tot Hem richt. In Al-Fâtiha staan beide Namen naast elkaar.
Waar je deze Naam nodig hebt: wanneer je vreest dat je tekortschiet of dat je daden te klein zijn. Ar-Rahîm leert je dat Zijn genade niet wordt verdiend maar geschonken, en dat wie blijft kloppen, een Heer vindt die blijft ontvangen.